Archive for december, 2009

‘Het kostte mij een maand,…

donderdag, december 31st, 2009

de mens

Het kostte mij een maand, maar na een maand had ik de mulo ook goed. In de ploeg ging hij achteruit op bevel. Hij ploegde alleen, maar ook in een juk. Geduld, Bernardo, geduld en je krijgt de mulo daar waar je hem wilt hebben. Veel geduld heb je nodig en liefde. Ik heb de mulo jaren gehad tot hij niet meer kon. Tot het laatst ploegde hij goed. Tot hij het niet meer kon. Geduld, Bernardo, geduld en liefde. Daar gaat het om!’

Neef deed ook nog een duit in het zakje: ‘Ja, Bernardo, luister goed naar Rafaël. Hij is een man die het kan weten. En als Rafaël zegt dat je geduld moet hebben, en liefde, dan moet je dat gewoon hebben, geduld en liefde, en verder niet zeuren.’
Rafaël stond op en schonk ons nog eens in: ‘De mulo heeft de mens nodig om te weten wie hij is. Alleen als hij weet wie hij is kan hij getemd worden. Alleen de mens kan de mulo temmen!’

donderdag, december 31st, 2009

IHA.com – Verhuur vakantiewoningen, huis en chambres d’hôtes, gîte tussen particulieren“>

‘En die mulo die zo op die van mij leek…

woensdag, december 30th, 2009

pissige mulo

‘En die mulo die zo op die van mij leek… hoe ging het daar mee?’ ‘Ah, die… Nou, dat was me wat. Een rib uit mijn lijf. Een jaar van mijn leven. Er viel met de mulo geen land te bezeilen. Een vriend van mij, Agustin. Die van Carmela, de dochter van een van de Lopez’ die in de bouw werkten bij Antonio. Je weet wel die stevige.’

Zowel neef als ik knikten. Van mijn kant was dat bluf. Een kniesoor die daar op let. En door de wijn waren we dat geen van allen meer.‘

‘“Rafa”, zei hij, “de mulo wil niet deugen. Kun jij er wat mee?
Als het lukt mag je hem houden.” Ik zag dat de mulo een edel beest was, van nobele komaf. Maar de manier waarop hij uit zijn ogen keek was niet goed. De mulo keek met wantrouwen. Als ik naast hem stond dan spanden zich zijn spieren en probeerde hij je te zien. Hij wantrouwde mij.’

Daar namen we er nog een op. Ik hoorde al geen regen meer. Dus dat zat wel goed. Het werd wel wat donkerder en ik betwijfelde of dat weer van de bewolking kwam.

Woensdagnacht de 23ste december…

dinsdag, december 29th, 2009

rivier

Woensdagnacht de 23ste december werd ik wakker midden in de nacht. Het zal een uur of drie geweest zijn. Een enorm gebulder had mij uit mijn slaap gehaald, de rivier. Wij wonen zo’n vijftig meter boven het dal. De rivier stroomt vlak onder de berg waar ons huis op staat. Bij regen en dan vooral veel regen is dat een bron van aanhoudende zorg.

Het had veel geregend. En dat deed het nog steeds. In het donker zocht ik het knopje van mijn leeslampje. Deed het niet. Slaapdronken zocht ik de weg naar de stoppenkast.  Eerst de stoel van de computer ontwijken, dan de knop van de deur zoeken. Voorzichtig de trap op en dan links aanhouden. De aardlekschakelaar was gesprongen. Ik duwde hem omhoog maar dat had niet het gewenste effect. Op de tast weer naar beneden. Zaklamp. Het gebulder hield aan. Buiten kon je ook niets zien; het was zwaar bewolkt. De regen kwam met bakken naar beneden. De zaklamp lag in de keuken en bij ons moet je buitenom naar de keuken. Druipend en naakt kwam ik daar aan. De zaklamp lag op zijn plek. Ik scheen de nacht in en zag een olijfboom op zo’n tien meter van mij af. Daar was de rivier in ieder geval nog niet. Toch niet echt gerustgesteld besloot ik mijn kleren te zoeken en wat verder van het huis te gaan kijken hoe bedreigend dit nog steeds aanhoudende gebulder nu eigenlijk was. Ik nam de auto en reed een kilometer verder naar een punt waarvan ik wist dat je de rivier goed kon zien. Her en der lagen stenen op de weg waar ik omheen moest rijden. Aangekomen op mijn plek bleek dat mijn zaklamp ook daar slechts een bereik had van tien meter. Het gebulder was nu oorverdovend. Beneden waar de rivier ons dal binnen komt donderen zag ik een dwaallichtje, net zo’n lampje als ik had. Ik knipperde in zijn richting. Het lampje knipperde terug: ik was niet alleen.

In de verte op de weg zag ik de koplichten van een auto naderen. Mensen van de electriciteitsmaatschappij. ‘Het regent’ stelde de bijrijder vast. Ik bevestigde hem. ‘De stroom is uitgevallen’. ‘Ja, daarom zijn we hier.’ De auto reed weg en ik ging ook maar weer naar huis. Voorzichtig koersend langs al die stenen en met schrik in het hart voor wat nu zou kunnen komen aanrollen. Er lagen er meer dan net.

Ik kwam ongedeerd thuis aan. Wat nu? Weer gaan slapen? Ik dacht van niet. Ik zocht een kaars en de fles Anis, een glaasje. Ik zette een stoel op de tinao (overdekt terras) schonk mezelf een glaasje in en keek de duisternis in waar ik nu door het schijnsel van het kaarsje nog minder zag dan niks en luisterde bezorgd naar het enorme gedonder en het vallen van de regen. Die was voorlopig niet van plan op te houden. Daar op mijn stoel kon ik het geraas van de rivier ontleden. Ik hoorde het geklots van de enorme stukken rots die de rivier had losgemaakt en nu meesleepte. Het geloei van het water en ik rook de lucht van ingestorte natte aarde.

Ik wilde dat het morgen was en ik kon zien wat er aan het gebeuren was. Na twee glaasjes Anis was ik rijp voor het bed.

Meer dan de ezel of het paard…

maandag, december 28th, 2009

uvas

‘Meer dan de ezel of het paard heeft de mulo zekerheid nodig. En die zekerheid heeft de mens. De mens kan de mulo zeggen wat hij is: de mulo. De mulo romo of de mulo castellano, een muilezel of een muildier. Dat weet de mens. De mens kan de mulo temmen.’
Opgelucht keken we elkaar aan. Rafaël schonk onze glazen nog eens vol. Hoewel het donker was, koud en het enige dat me weerhield naar huis terug te keren de regen was, begon die wijn me goed te smaken. Ik genoot van het gezelschap en de toon van de conversatie

De mulo was een edel beest

zondag, december 27th, 2009

Haardvuur

‘De mulo was een edel beest, van nobele komaf,’ klonk het uit de richting vanwaar ik wist dat de meester zat, ‘… maar hij wou niet deugen.’
‘Hier, neem wijn. De mulo rijdt je wel naar huis.’ Feilloos vanuit het duister goot Rafaël mijn glas weer vol.
‘Maar je kreeg de mulo er toch wel onder, oompje?’
‘De mulo die ik er niet onder krijg die moet nog geboren worden. Honderden, duizenden mulo’s ezels en paarden heb ik getemd. En ik zeg je, de mulo laat zich moeilijk temmen. De ezel weet dat hij de ezel is. En het paard weet dat hij een paard is. De mulo weet niet wat hij is. Is hij de ezel, of is hij het paard? Hij blijft altijd twijfelen. En om getemd te worden, moet je weten wie je bent, zeker zijn. Daarom is het moeilijk de mulo te temmen.’
Somber keken wij allen in het vuur dat er niet was.

Er volgde een lange pauze.

dinsdag, december 22nd, 2009

Autovia 3

Er volgde een lange pauze. Neef keek in het vuur dat er niet was. Ik keek naar boven naar een heel klein raampje waar het enige licht vandaan kwam en de meester keek naar zijn schoenen, vermoedde ik. Boven, wist ik, zo’n honderd meter hoger suisden de auto’s over de nieuwe snelweg die je van hieruit noch kon zien of horen. Zo diep zaten we in het dal verstopt. Wij hoorden enkel de rivier en het druppen van de regen. De meester zuchtte diep. ‘Ja, dat was me nog eens een mulo…’ Er volgde weer een stilte. Als er een klok of wekker was geweest hadden we die nu luid horen tikken. Maar niets van dat al. De rivier, de regen en af en toe een zuchtje wind. Vanwege het weer lieten zelfs de vogels het afweten. Door de toenemende bewolking nam de intensiteit van het binnenkomend licht snel af.

Hij leidde mij zijn donker huis binnen.

maandag, december 21st, 2009

Colin alpujarras

Hij leidde mij zijn donker huis binnen. We kwamen terecht in de keuken. Daar zat nog iemand. Hij begroette mij vriendelijk. Ik had geen idee wie het was. Toen ik wat meer aan het duister gewend was, herkende ik de neef van mijn buurman. Dat was toevallig! ‘Ja, ik dacht vanmorgen, laat ik mijn oude oom eens opzoeken.’

‘Ah, kennen jullie elkaar? Deze man komt over zijn mulo praten.’ ‘Ja, dat vertelde ik je toch, oom. Dat hij zou komen.’
‘Oh… die, die van die mulo.’

We zaten op van die lage biezen stoeltjes rond een vuur dat het niet deed en waar neef vruchteloos met een pookje in zat te porren. ‘Tja, ik heb problemen met mijn mulo.’ ‘Hier, neem wijn.’ Hij gaf mij een tandenborstelglas vol. ‘Die daar net bij je buiten stond? Mooi beestje. Hij doet me denken aan de mulo die ik ooit had. Geen land mee te bezeilen.’

De volgende dag gingen we weer vroeg…

zondag, december 20th, 2009

dageraad

De volgende dag gingen we weer vroeg op pad, Willie en ik. Ik liep voorop, want ik had Isabel beloofd dan tenminste niet op Willie te rijden. Na drie uur wandelen, kwamen we in het dorpje aan. Het waren wat boerderijen bij elkaar met land er tussen. We waren al een eindje verder toen ik in de gaten kreeg dat we het laatste huis al lang gepasseerd moesten hebben. Rechtsomkeert.

Bij het eerste het beste huis klopte ik aan. We wachtten. Ik hoorde niets. Nog een keer kloppen. Willie begon wat met zijn voorhoef op de grond te schrapen en ik keek of mijn gulp dicht was. Was dicht. Nu met de volle vuist op de voordeur. Er piepte een deur en even later kwam er een ingevallen ongeschoren gezicht om de kier van de deur. ‘Rafaël?’, vroeg ik. ‘Si, wat moet je?’ Ik legde hem uit waarom ik hem kwam opzoeken en gebruikte de neef van mijn buurman als referentie. ‘Ah, mijn neefje, kom binnen.’ Ik bond de mulo vast.

Een klein uurtje terug was Willie…

zaterdag, december 19th, 2009

Ons dal vanaf 1000 meter

Een klein uurtje trerug was Willie thuis gearriveerd met bepakking maar zonder berijder en dat had Isabel ernstig verontrust. Ze was bij de buren gaan informeren of zij iets wisten, maar die wisten ook niks. Ze stonden daar boven te overleggen wie mij zou gaan zoeken, de schaapherder met zijn ezel of de geitenhoeder met zijn mulootje. Ik moest vertellen wat er was gebeurd en iedereen hing aan mijnlippen. Toen ik klaar was met mijn verhaal, vatte de vader van de schaapherder het nog eens kernachtig samen. ‘En toen schrok die mulo en had die Bernardo het nakijken. Hij moest terug lopen achter zijn mulo aan.’ Hij vond het erg grappig. En met hem de anderen ook. Toen ik echter vertelde dat ik eigenlijk van plan was meteen weer met die mulo naar Rafaël te stappen, stuitte dat op groot verzet. ‘Ben jij gek. Die arme Isabel was helemaal overstuur. Ga maareens lekker bij haar zitten. Morgen is er nog een dag!’ ‘Tsk tsk,Bernardo, je bent heel ijverig en dat is mooi, maar je moet het niet te gek maken. Denk aan je vrouw!’ Harde jongen die dan nog opstapt. Ik legde mijn arm om Isabels schouders en we togen naar huis. ‘Berend, wil je nou echt per se die mulo hebben?’
‘Als hij zijn kuren vergeet, dan is hij wel heel erg goed. Ik weet het niet. Ik wil het proberen.’ Isabel zuchtte.