
Uit het verhaal: Hondsdagen
Kiem
‘Een paar dagen na de geboorte van Maite, onze tweede, droomde ik dat Kiem de baby uit de wieg trok en haar op at. Ik lag nog bij te komen van de schrik toen Isabel ineens rechtop schoot en ‘Kiem!’ de donkere nacht in schreeuwde. Ze bleek dezelfde droom gehad te hebben. Ik geloof niet in de voorspellende kracht van dromen, maar je moet een harde zijn om deze coïncidentie langs je af te laten glijden.
Dezelfde morgen nog hebben we Kiem naar een kennel voor zwerfhonden in Granada gebracht. Kiem zat vastgebonden achter in de auto en Maite lag in een reiswieg op de achterbank. Naast de reiswieg zat ik. Fabian op mijn schoot. Ik verloor hond noch kind een tel uit het oog.’
Kees
‘Ik ging meteen naar de door hem aangewezen kloof. Na een half uurtje klauteren zag ik een wolf aan een ketting die klaar stond me naar de keel te springen met al zijn tanden bloot. Heel even. Toen begon die wolf onderdanig te kwispelen en ging op zijn rug liggen. Ik maakte Kees los en was zwaar onder de indruk. Dit beest was echt levensgevaarlijk. Alleen ik was ik, niet mijn buurman.’