‘Ga je mee?’
Dat wilde ze wel. Ze had er echt zin in. Nog even vrolijk stapte ze flink door achter mij aan. Ik leidde haar op het terras langs de slachttafel en toen…
En toen was Bep aan de beurt. Het was inmiddels al zo’n uur of elf en ik ging naar beneden om haar te halen. Ik keek in de stal en zag dat de deur van haar hok uit zijn hengsels hing, van Bep geen spoor. Ze was hem gesmeerd. Ik wist niet of ik blij moest zijn of juist niet. De mannen stonden boven te wachten. De slager had zijn mes al in zijn hand. Zonder varken bovenkomen en de zaak afblazen was geen optie. Ik wist wat ik moest doen. Ik floot in de richting van de boomgaard en jawel… daar kwam Bep vrolijk aangerend. Zoals altijd duwde ze met haar neus tegen mijn kruis en zoals altijd krabde ik haar even op haar kop.
Ik ging naar de stal en haalde een zoon van Bep. Die van de zakbreuk was het eerst aan de beurt. Het was nogal een gedoe hem op de slachttafel te krijgen. Hij wilde niet en nu hielp dat van dat kleine hartje en het grote gewicht hem niet, gezien het expliciete doel van onze bijeenkomst. Hij gilde weer en reutelde weer en kreunde nog wat na met veel gespartel, maar de mannen waren sterk en hielden hem er goed onder zolang dat nodig was. Het varkentje werd met messen en vuur van zijn opperhuid ontdaan, gewassen, opengesneden en opgehangen. De andere zoon was de volgende patiënt.